Op de koffie bij... Joost & Mia - initatiefnemers van De Okelaar

Betaalbaar cohousen, het kan wèl

Cohousing wordt soms gezien als de woonvorm voor de “happy few” – wat prijsgewijs in de realiteit vaak klopt. Hoe houd je een cohousing betaalbaar voor een zo breed mogelijk publiek? En hoe zorg je voor zoveel mogelijk diversiteit in een woonproject? Samenhuizen vzw ging rond deze thema’s het gesprek aan met de initiatiefnemers van De Okelaar – Joost Callebaut en Mia Vranken.

Thema: inclusie
renee

Dit samenhuisverhaal brengt ons in het landelijke Wolvertem, een deelgemeente van Meise. Het koppel Joost en Mia zijn er hun droom aan het verwezenlijken: een cohousing starten. Hun site is het terrein van een oud klooster en school. Inmiddels zijn de renovatiewerken in de laatste fase beland en nemen steeds meer bewoners hun intrek. 

Waarom zijn jullie dit initiatief gestart?
Mia: “Wij zijn elkaar pas op latere leeftijd tegengekomen en toen we elkaar een paar maanden kenden, kwamen we er achter dat we vroeger allebei erg graag in gemeenschapshuizen gewoond hadden. Ook hadden we alle twee een droom om een samenhuisproject te starten. Met onze vorige partners en nog thuiswonende kinderen zat dat er eerder niet echt in. Vanaf eind 2008 zijn we beginnen zoeken naar een site, in 2011 vonden we die. In de drie tussenliggende jaren hebben we ons concept uitgewerkt - onze drie pijlers (ecologische, sociale en spirituele doelstellingen achter het project, zie deze pagina voor meer info - nvdr). Pas nadat we deze plek gevonden hadden zijn we beginnen zoeken naar medebewoners.”

Wat is er zo bijzonder aan De Okelaar?
Mia: "Naast onze drie pijlers is dat de diversiteit in dit project. Diversiteit in de groep is iets wat veel projecten nastreven, maar wat niet altijd lukt in de praktijk. Dat komt ook door het 'soort zoekt soort'-effect. Omdat wij als initiatiefnemers twee vijftigers zijn, trokken we bijna vanzelf andere vijftigers aan – andere leeftijden aantrekken ging een stuk moeilijker. Na lang zoeken zijn we er toch in geslaagd om een mix van leeftijden te bekomen, we zijn echt intergenerationeel.” 

Veel startende groepen worstelen met de vraag welke juridisch statuut ze zullen aannemen. Welke hebben jullie gekozen en waarom?
Joost: “De woningen zijn privé-eigendom. Daarnaast ben je in België verplicht om een vereniging van mede-eigenaars (VME) op te richten van zodra er sprake is van gedeelde entiteiten - zoals een dak, buitenmuur, gang of passerel. Wij hebben die dus ook opgericht, maar proberen de rol hiervan te beperken. 

Daarnaast is zijn de gemeenschappelijke ruimtes eigendom van een coöperatie, De Okelaar CVBA-SO – een coöperatie met sociaal oogmerk. Dat wil zeggen dat de aandeelhouders geen recht hebben op de meerwaarde van de aandelen, ze hebben enkel recht op het bedrag waarvoor ze aandelen hebben gekocht. 

"Wij zijn het meest betaalbare cohousingproject van Vlaanderen"

Via de coöperatieve zoeken we investeerders – zowel externe als interne (de medebewoners dragen bij doordat de aankoopprijs van hun woning deels uit aandelen bestaat - nvdr). Zo financieren we de renovatiewerken van o.a. het gemeenschappelijke paviljoen. Het alternatief was het aangaan van een hypotheek, maar dit is goedkoper. Om het voor nieuwe investeerders aantrekkelijk te maken beloven we twee procent rendement. Op dit moment betalen we die nog uit eigen zak, maar op termijn zal de gemeenschappelijke ruimte gebruikt kunnen worden voor o.a. sociaal-economische activiteiten. 

We proberen om dit woonproject zo goedkoop mogelijk houden. De coöperatieve laat ons toe om de woningen goedkoper aan te bieden, omdat de gemeenschappelijke ruimte deels door externen gefinancierd wordt en niet enkel door de bewoners. Wij zijn er van overtuigd dat we het goedkoopste cohousingproject in Vlaanderen zijn. En dat heeft mee bijgedragen aan het vinden van een divers bewonerspubliek.” 

Inclusie komt een aantal keer terug in jullie projectpijlers, hoe gaan jullie hiermee om? 
Mia: “We hebben sterke intenties op dit vlak. Een drietal woningen zal verhuurd worden via het sociaal verhuurkantoor. Daarnaast zal er ook een zorgwoning komen. De zorgwoning zal verhuurd worden aan drie senioren die er kunnen samenleven voordat ze naar een woonzorgcentrum verhuizen. Ook onze gastenkamers kunnen voor sociale doeleinden gebruikt worden, bijvoorbeeld zorg voor korte duur.”

Joost: “Onze keuze om huren en sociaal huren mogelijk te maken geeft automatisch ruimte aan mensen die te oud zijn of te weinig middelen hebben om zelf een cohousingsproject te starten. Daarnaast proberen we zoals gezegd om zo goedkoop mogelijk te bouwen, waardoor meer mensen de kans krijgen om in te stappen. De goedkoopste unit kostte bijvoorbeeld 110.000 euro (cascoprijs – nvdr).”

Hoe zit het met de inclusie van de cohousing in de omliggende omgeving?
Mia: “Het klooster en de school waren al twintig jaar niet meer in gebruik, terwijl deze vroeger de sociale kern van het dorp vormden. Wolvertem is maar een klein dorp, in die 20 jaar tussentijd dat de school en het klooster gesloten waren, was het sociale leven hier echt stil gevallen. Wij willen deze kernfunctie opnieuw bevorderen en contact met de omliggende omgeving stimuleren. In onze zoektocht naar een site hebben we ook altijd gezocht naar sites gelegen in een woonkern, in plaats van bijvoorbeeld een afgelegen hoeve.”

Joost: “Verschillende faciliteiten in ons project - zoals de wasruimte en de biowinkel -  zullen ook toegankelijk zijn voor de buurtbewoners.”

Samenhuisverhalen 2

Tegen welke drempels zijn jullie aangelopen? Wat zou je anders aanpakken met de kennis die je nu hebt?
Mia: “We krijgen regelmatig de vraag van mensen of ze hier mogen komen wonen – ook van zorgbehoevenden. Per vraag kijken we met de groep: kunnen we ons hiervoor engageren? Kunnen we dit aan? Hoe houden we het leefbaar voor iedereen? Soms is dat een beetje met vallen en opstaan. 

Opstartperiode zwaar voor de groep

Uiteindelijk hebben we nee leren zeggen op sommige vragen. We merkten dat de opstartperiode zeer zwaar is voor een groep. De bewoners zijn hun huizen nog aan het finaliseren en ook is de gemeenschappelijke ruimte nog niet af. Om dan op hetzelfde moment medebewoners te hebben die zorg nodig hebben – dat weegt te zwaar. Als de bouwfase voorbij is, kunnen en willen we deze zorg graag geven. En daarom hebben we een aantal keer nee moeten zeggen tegen een potentiële nieuwe bewoner met zorgbehoefte – omdat wij deze mensen nog niet de hulp en aandacht kunnen geven op dit moment die ze nodig hebben en ook verdienen.”

Hoe zien jullie de toekomst?
Joost: “Het kan nog alle kanten uit. We bouwen een infrastructuur uit die veel mogelijk maakt – sociale ontmoetingen en initiatieven. De gemeenschappelijke ruimte bijvoorbeeld, we hopen dat er een biologische fair trade winkel en een wascafé in komen – maar eventueel kan er ook iets anders komen, zolang het maar past in ons concept.”

Mia: “De structuur van de coöperatieve nodigt vooral uit tot vrijwilligersactiviteiten in de gemeenschappelijke ruimte, maar mocht ooit iemand die ruimte beroepsmatig willen uitbaten, dan staan we daar ook voor open.”

Joost: “We hebben nog heel veel dromen en perspectieven die misschien ook ooit werkelijkheid zullen worden. Er zijn eventueel nog uitbreidingsmogelijkheden, zoals bijvoorbeeld de tuinen en de pastorie naast onze site.”

Mia: “We zouden graag ooit via crowdfunding een bakhuis willen aanleggen in onze tuin voor de buurt. Ook willen we de lokale biodiversiteit bevorderen door in onze binnentuin enkel planten van hier te planten, maar daar kunnen we pas aan beginnen als de renovatiewerken voltooid zijn en de werf weg is.”

“Samenhuizen moet je passie zijn, anders red je het niet"

Hebben jullie nog goede raad of advies aan andere opstartende samenhuisprojecten?
Joost: “Heb geduld en neem de tijd – samenhuisprojecten vragen veel werk. Vertrouw op je eigen capaciteiten en die van de groep en denk positief.” 

Mia: “Je hebt ook een bepaalde durf nodig om er aan te beginnen, het opstarten van een project is geen geëffend pad, je zult altijd bepaalde risico’s moeten nemen.” Waarop Joost nog toevoegt: “Samenhuizen moet ook wel je passie zijn, anders red je het niet.” 

Voor meer info zie de projectfiche van De Okelaar of de website van De Okelaar zelf.