Blogs

Babyboomers nemen rusthuizen op de schop

Babyboomers willen koste wat het kost voorkomen dat ze voor hun laatste levensjaren terug op internaat moeten. Een rusthuis is hun worst case scenario. Verwonderlijk hoeft dat niet te zijn. In de pas van zijn voorgangers lopen, is iets waar je de babyboomer nooit in zijn leven op kon betrappen. Je weet wel, de protestgeneratie. Intussen nemen ze hun voorzorgen blijkt uit de vele co-housing projecten die op verschillende plaatsen de kop opsteken. In de agenda van Samenhuizen vzw staat in februari bijna dagelijks ergens te lande een infosessie gepland over een nieuw co-housing project. Infosessies die onder andere 50+ aanspreken. 

blog baby boomers

Daarnaast is de kans groot dat je volgende week op Batibouw heel wat 50-plussers tegen het lijf loopt die op zoek zijn naar inspiratie en informatie om te verbouwen. Uit een enquête van seniorennet bleek dat 50% van de ondervraagden in de komende maanden wil verbouwen om het alledaagse leven te vergemakkelijken en langer zelfstandig te kunnen wonen.

“Of ik misschien later in een rusthuis wil terecht komen,” kaatst Steven D’Haens, initiatiefnemer van De Living, een co-housing project voor 55+, de bal terug als ik naar zijn drijfveren achter dit initiatief pols. In 2019 wil hij met Symbiosis, de vzw achter De Living, de poorten van de Sint-Lambertuskerk in Antwerpen en het Karmelitessenklooster in Gent openen als co-housing pand voor 55+. De eerste infosessies zijn achter de rug. Intussen lopen in Wolvertem de bouwwerken van De Okelaar in een oud klooster en school stilaan op hun einde en zijn straks ook de laatste units de deur uit. Allebei projecten die op initiatief van vijftigers zijn ontstaan. De Living vooral om met generatiegenoten samen oud te kunnen worden in een setting die een balans tussen individualiteit en collectiviteit garandeert. De Okelaar om met verschillende generaties samen te leven en de zorgen en noden van jong en oud met elkaar te kunnen delen. Het roept herinneringen op aan de gemeenschapshuizen uit hun jonge jaren.

In de ogen van babyboomers staat de zorg teveel centraal in de initiatieven die de overheid en private initiatieven tot op vandaag aanbieden. Onderzoek toont trouwens aan dat senioren langer zelfstandig in hun thuisomgeving kunnen wonen, ongeacht een medisch probleem, als ze dit in hun individuele woning of één of andere co-housing setting kunnen doen. (Peter Camp in zijn boek Wonen in de 21ste eeuw, p.465)

“We evolueren naar een meersporenbeleid,” stelt Steven D’Haens, “waar ouderen zullen kunnen kiezen tussen de gouden kooi van een woonzorgcentrum en projecten als De Living waar ouderen met de hulp van leeftijdsgenoten al dan niet aangevuld met ingekochte hulp oud kunnen worden. Kangoeroewonen en duplexwonen horen zeker ook in dit rijtje thuis. Alles wat helpt om een woon- en zorgcentrum te vermijden, of op zijn minst zo lang mogelijk uitstellen, komt in aanmerking.

De wetgeving loopt echter achter op deze nieuwe samenlevingsvormen. Zo kunnen medebewoners een uitkering verliezen of gevoelig zien dalen omdat ze op slag als samenwonend worden beschouwd terwijl ze enkel gemeenschappelijke ruimtes en het adres met elkaar delen. Anderzijds voorziet de overheid tijdelijk experimenteerruimte voor dit soort co-housing projecten. Zo kan tot op behaalde hoogte afgeweken worden van de minimum oppervlakte in de privé units omdat er ook gemeenschappelijke ruimtes zijn die de tekorten vaak ruimschoots compenseren.

Initiatieven als woonzorgcentra ziet Anneleen Vandenberk van Wonen na 60 op termijn verdwijnen. Babyboomers willen kost wat kost voorkomen om over een aantal jaren de volgende bewoners van deze centra te zijn. Vijftigers blijven niet bij de pakken zitten zoals blijkt uit de voorbeelden hierboven. Op termijn zullen de top-down initiatieven plaats moeten maken voor bottom-up initiatieven waar vijftigers zelf het roer in handen nemen, wellicht in coöperatie met de professionele zorgsector. Binnen deze co-housing setting ontwikkelt mantelzorg zich op een organische manier binnen en tussen verschillende generaties. Iets wat de overheid genegen is, wil men binnenkort nog de factuur van de vergrijzing kunnen betalen. 

Met dank aan iedereen die reageerde op mijn oproep op Linkedin om tips, links, contacten, inzichten, … met me te delen over dit onderwerp. Ik kon niet alles verwerken in deze blogpost maar komt me zeker nog van pas voor het boek dat ik intussen aan het schrijven ben over de vergrijzende babyboomer. 

Deze blogpost is ook verschenen op www.thesilverones.com.

Auteur: Filip Lemaitre (zie Linked In)
Website: The Silver Ones

Tiny zoekt een huis

Tiny zoekt een plek om te wonen. Maar waar? En hoe? En hoeveel centjes kan en wil ze ervoor neertellen? Een ding is zeker: ze is niet alleen, en het kan wel eens een moeilijke rit worden.

Op een dag ziet ze iets passeren op facebook dat haar belangstelling wekt: een Tiny House !? Ze gaat naar de infoavond van Samenhuizen Brugge en komt meer te weten. Een Tiny House is een klein huisje, van ongeveer 20m², op een onderstel met wielen, een chassis. Deze huisjes kunnen samen worden opgesteld, in groep. Dat lijkt wel fijn, denkt Tiny. Dan is ze niet alleen, kan er eens samen gegeten worden, en kunnen ze samenleggen om zonnepanelen te kopen. En eventueel een krantenabonnement, of een bakfiets. Samen kunnen we de toekomst aan. Het zou bovendien minder kosten en misschien kan ze dan minder gaan werken en heeft ze meer tijd voor familie, vrienden en buren. Spelletjes te spelen, te ravotten, of gewoonweg nog eens in een hangmat te bengelen.
Er is ook iemand van de provincie Vlaams-Brabant. Blijkbaar zijn zij ook met gelijkaardige zaken bezig, ‘kleinschalig wonen’. Ze neemt een brochure en flyer mee. Ze geven een workshop op de Simplify Life inspiratiedag te Ternat.

In Gent wordt een vzw opgericht. De Tiny Houses in Vlaanderen worden afgetrapt op dinsdag 31 januari onder de Stadshal. Wat een wijs initiatief, denkt Tiny, daar moet ik naartoe gaan. Wie weet zal het het begin betekenen van een lang en gelukkig leven.

Meer Samenhuizen-blogs lees je hier. Je kan ook de spiksplinternieuwe overzichtskaart bekijken van waar je kan samenhuizen.

Samenhuizen ideaal middel tegen eenzaamheid

Een kwart van de Belgen voelt zich wel eens eenzaam - daarmee is eenzaamheid een van de belangrijkste problemen in onze huidige samenleving. Deze week vieren de Bond Zonder Naam en Samenlevingsopbouw de Week van de Verbondenheid. In heel Vlaanderen en Brussel worden er verschillende activiteiten georganiseerd om actief eenzaamheid tegen te gaan. Dit jaar is eenzaamheid onder migranten het centrale thema. 

In deze blog speel ik zelf de ervaringsdeskundige. Ik verhuisde een jaar geleden van Gent naar Brussel. Dat was een bewuste keuze, maar wel met het risico op vereenzaming. Als niet-Belg zijnde ben ik in feite migrant en mijn persoonlijk netwerk is sowieso al wat kleiner daardoor. In Brussel kende ik welgeteld drie mensen. 

Vroeger had ik er wel gestudeerd, maar nooit gewoond. Mijn ex-klasgenoten sprak ik eigenlijk niet meer en velen wonen ook niet meer in Brussel. Mede om eenzaamheid tegen te gaan koos ik ervoor om géén appartement te huren, maar om voor ongeveer hetzelfde bedrag een kamer in een gemeenschapshuis te huren. Dat is een huis waarvan de slaapkamers apart worden verhuurd. Meestal zijn de bewoners werkende jongvolwassenen. 

Vrienden voor het leven

Maar vind je dat niet zonde van je geld, zo’n kamertje huren in een huis en alles te moeten delen? Terwijl je ook alles voor jezelf kon hebben in een appartement? Dat zijn de vragen die ik van veel vrienden en familieleden voorgeschoteld kreeg. Naar mijn mening is de levenskwaliteit hoger in een gemeenschapshuis dan in een appartement. Ten eerste krijg je meer (gedeelde) ruimte voor je geld dan wanneer je een appartement huurt. En het allerbelangrijkste: je krijgt er huisgenoten en soms vrienden voor het leven bij.  

Natuurlijk, samenhuizen of gemeenschappelijk wonen heeft soms ook zijn nadelen - dat bedenk ik mij ook soms wanneer ik er onder de douche achter kom dat het warme water op is. Alles valt of staat met het hebben van leuke huisgenoten en ook je eigen houding naar die huisgenoten toe. Samenwonen met andere mensen betekent water bij de wijn doen. Bepaalde gewoontes (lang douchen, luide muziek draaien ‘s avonds) zul je misschien moeten veranderen of aanpassen om geen ergernissen te veroorzaken. 

Altijd hulp dichtbij

Een ander groot voordeel aan samenhuizen voor nieuwkomers is dat je integratie veel sneller verloopt, zeker wanneer je met locals samenwoont. Als Nederlandse kan ik er niet echt over meepraten, maar ik vermoed dat het leren van een nieuwe taal een stuk vlotter verloopt als je huisgenoten hebt om die nieuwe taal mee te oefenen. Ook banale zaken zoals het vinden van een nieuwe huisdokter, afval scheiden (niet evident want elk land doet dit net een beetje anders), invullen van belastingformulieren - het gaat allemaal veel sneller en gemakkelijker als je huisgenoten hebt om je ermee te helpen. 

Met z'n allen naar school

De eerste schooldag, een spannend moment voor zowel kinderen als ouders. Samenhuizen vzw maakte van de gelegenheid gebruik om te zien hoe de eerste schooldag in de Cohousing Vinderhoute (Oost-Vlaanderen) verloopt. 

Nieuwe leerling eerste leerjaar Ana ligt nog slaperig op de sofa als we iets voor achten arriveren. Op de vraag of ze zin heeft in haar allereerste dag op de “grote” school antwoordt ze met een twijfelend “Ik weet het nog niet”. Echt ontbijten wil ze niet, de zenuwen spelen haar parten. Grote broer Jolan heeft hier minder moeite mee, maar hij gaat dan ook al naar het derde leerjaar en weet wat hij kan verwachten. “Dus vanavond kan jij al lezen en schrijven?” vraagt Ana’s vader. Ana knikt. 

Spelen zoals broers en zussen

Al sinds ze een baby was woont Ana samen met haar grotere broer Jolan en ouders Koenraad en Katrijn in Cohousing Vinderhoute. Nu wonen er in totaal 32 kinderen van nul tot elf jaar oud in de cohousing, waarvan ongeveer de helft op de Gemeentelijke basisschool Lovendegem - afdeling Vinderhoute zit. “De kinderen uit de cohousing zijn erg close met elkaar, ze spelen altijd samen en gaan met elkaar om zoals broers en zussen”, aldus Ana’s vader Koenraad. 

Daarna is het tijd om naar school te gaan. We maken kennis met het fenomeen “de rij”. Daar waar kinderen uit “gewone” woonvormen in veel gevallen door papa en/of mama naar school gebracht worden, verzamelen de kinderen uit de Cohousing Vinderhoute zich om vervolgens samen onder begeleiding naar school te stappen - in wat ook wel “de rij” genoemd wordt. 

De rij

Voor de eerste schooldag van het jaar zijn er een tiental ouders present om de kinderen gezamenlijk naar school te brengen. Op andere dagen is dit anders: dan zijn er twee of drie volwassenen die om de beurt “de rij” begeleiden. Hierdoor besparen de andere ouders tijd. 

Eenmaal aangekomen bij de nieuwe school blijkt dat Ana toch zin had in haar eerste schooldag. Na de eerste vijf onwennige minuten op het nieuwe schoolplein heeft ze haar vriendinnetjes uit de kleuterschool gespot en stuiven ze er samen vandoor. 

De juffen en meesters hebben er werk van gemaakt om van de eerste schooldag een feestje te maken. Verkleed als piloten en stewardessen doen ze een dansje op het nummer “K3 airlines” en de kinderen doen vrolijk mee. Dan is het tijd om afscheid te nemen. Bij Ana geen tranen, die staat al vooraan in de rij - letterlijk te springen - om aan haar schooldag te beginnen. 

DE ARK pioniert met cohousing binnen de sociale huisvesting

Samenhuizen binnen de sociale huisvesting, kan dat? Ja, dat kan. In bijvoorbeeld Nederland en Zweden hebben ze hier al meer dan 30 jaar ervaring mee, in Vlaanderen is het idee spiksplinternieuw. Woonmaatschappij DE ARK trok in 2013 de stoute schoenen en begon aan een avontuur...

Hoe het begon

Bij zijn aantreden als Vlaams Bouwmeester in 2010 formuleerde Peter Swinnen in zijn ambitienota 'Zeven memo’s voor een verlichte bouwcultuur' de wens om de urgenties en uitdagingen in de zorg en de woningbouw waar we in Vlaanderen voor staan aan te pakken door een kwaliteitsvolle voorbeeld- of pilootprojecten. Er werden 5 teams geselecteerd die ontwerpend onderzoek mochten doen en daarna volgde een projectoproep en uiteindelijke selectie van 5 pilootprojecten.  De kandidatuur van DE ARK en Stad Turnhout voor een masterplan voor Schorvoort werd in 2013 gehonoreerd. In het projectvoorstel van DE ARK werd cohousing genoemd als woonvorm die men ook een plaats wilde geven in Turnhout.

Dankzij een subsidie van DuLoMi van de Vlaamse overheid konden Bond Beter Leefmilieu en Samenhuizen begin 2014 zelf een projectoproep lanceren voor het gratis begeleiden van 5 voorbeeldprojecten van Gemeenschappelijk Eco-wonen.  DE ARK en Stad Turnhout waren 1 van de 23 kandidaten maar werden ook hier geselecteerd. Zo konden ze tussen mei 2014 en oktober 2015 alvast rekenen op ondersteuning van Samenhuizen en BBL. 

Ondertussen kende ook de Provincie Antwerpen een pilootsubsidie toe aan het project.

Waarom kiezen Stad Turnhout en DE ARK voor cohousing? 

De sociale huisvestingsmaatschappij DE ARK ziet een cohousingproject als een unieke kans om in te zetten op enerzijds de beleving van de bewoners, integratie in de omgeving en anderzijds op het fungeren als voorbeeldproject voor de gehele wijk. Het samen leven/leren kan mensen positief beïnvloeden, de lokale dynamiek en samenhang versterken.

Een cohousingproject kan een voorbeeld zijn voor de hele wijk waarbij aangetoond wordt hoe door voor alternatieve woonvormen te kiezen allerlei duurzame collectiviteitswinsten kunnen bekomen worden zoals bv een grotere kwalitatieve gemeenschappelijke tuin, autodelen, thuiswerkplek, polyvalente ruimte, ed.

Waar ligt de gekozen site?

Het terrein ligt aan de Slagmolenstraat in de wijk Turnhout-Schorvoort en is vlot bereikbaar met openbaar vervoer. Het is zowel landschappelijk als stedelijk gebied op fietsafstand van het stadscentrum en stadspark. Een nadeel: de snelweg E34 ligt 350 meter ten zuiden van de site. 

De site is groot genoeg om er uiteindelijk 3 cohousingprojecten van 12 à 20 wooneenheden elk te kunnen huisvesten. 

Na het idee: de mensen

Twee jaar lang was het idee van een cohousing in Turnhout gerijpt in de geesten van mensen die er uiteindelijk zelf niet zouden gaan wonen. Najaar 2015 was het dus de hoogste tijd om geïnteresseerden te gaan zoeken en betrekken! Een cohousing zonder bewonersparticipatie is nl. een contradictio in terminis, dat kan misschien per uitzonderlng wel eens lukken, maar een goed recept is het niet. De bewoners moeten zelf tegelijk ingrediënt zijn en mee het recept kunnen bepalen. 

Na een algemene infosessie werden 2 parallelle begeleide participatieprocessen gestart met zowel kandidaat-kopers als kandidaat-huurders, waarbij de geïnteresseerden maandelijks vergaderden. Deze worden begeleid door Tom Lagast van Space-Lab en Jolien Hermans van Vormingplus Kempen Tijdens het voorbije half jaar werd overlegd over de mate van gemeenschappelijkheid en duurzaamheid om te komen tot een basistekst en ontwerpeisen voor de architecten.

Omdat de twee groepen voorlopig eerder klein zijn werd besloten om ze samen te voegen. Momenteel zijn er een tiental huishoudens betrokken, waaronder schrijver dezes. Tijdens de zomermaanden kwamen we 2-wekelijks samen om verder informeel kennis te maken.

Wachten op de eerste plannen

In juni werden 4 architectenbureaus geselecteerd om ontwerpschetsen te maken. Deze architecten deden ook een plaatsbezoek en konden kennismaken met de huidige initiatiefgroep. De groep kijkt enorm uit naar de presentaties van de schetsen over enkele weken. We hopen ook dat we sneller nieuwe geïnteresseerden kunnen aantrekken als een concept ook visueel duidelijker is. 

The road ahead...

De eerste bewoners-pioniers zijn dus gevonden en hebben er zin in. Ik besef dat we ons vergeleken met andere startgroepen in een zeer luxueuze situatie bevinden. DE ARK is immers een professionele bouwheer met tonnen ervaring en als toekomstige bewoners lopen we financieel geen enkel risico. Uiteindelijk zullen we pas defiinitief beslissen om in te stappen als het volledige project gebouwd is. 

Daar schuilt volgens mij ook wat het gevaar: particuliere startgroepen moeten immers gezamenlijk heel wat meer inspanningen doen om hun project zelf tot een goed einde te brengen en vertrouwen vaak letterlijk hun spaarcenten aan elkaar toe. Ze zijn zelf eigenaar van hun proces. Dat eigenaarschap zit bij dit project grotendeels bij DE ARK, zij nemen immers de uiteindelijke beslissingen en betalen de factuur. Ik ben persoonlijk erg nieuwsgierig naar het vervolg van ons traject en hoop dat met elke stap vooruit het project ook meer en meer als óns project zal gaan voelen.

DE ARK en Stad Turnhout verdienen alvast heel wat schouderklopjes en lof voor de tot hiertoe afgelegde weg die in 2013 nog een heel erg donker en onbegaanbaar pad leek. Die weg vooruit ziet er nog niet bepaald uit als een snelweg, want er liggen nog heel wat obstakels in het verschiet, maar toch lijkt het vrij zeker dat die eerste cohousing binnen de sociale huisvesting er zal komen. Hopelijk in 2019 al!

 Interesse?

Folder Cohousing in Turnhout 

150521 Cohousingproject Schorvoort Turnhout

Pagina's

Subscribe to RSS-blogs