|
Tussen individualiteit & collectiviteit Leven in woongroep of centraal wonen-project |
|
Deel 2:
Analyse van een woongroep
|
|
7. Een woongemeenschap in Leuven In mei '99 interviewde ik 6 mensen die samen met nog 4 anderen in Leuven een gemeenschapshuis bewonen. Het huis is een groot herenhuis met 4 grote (ongeveer 30 m²) en 4 kleinere (ongeveer 15 m²) kamers, 1 badkamer, keuken en 3 kleinere gemeenschappelijke ruimten. Van de gemeenschappelijke ruimten wordt er één gebruikt als eetkamer, een andere als woonkamer en de laatste als telefoon/ waskamer. 7.1. Ontstaansgeschiedenis Het huis is al lange tijd in gebruik als gemeenschapshuis. Drie jaar geleden kwam het grootste deel van de kamers vrij. Toen is er een groep van 4 mensen komen wonen die daarvoor ook al samen in een woongemeenschap woonden. Sindsdien zijn er meestal vrienden van hen bij komen wonen als er ergens een kamer vrij kwam. Verleden jaar zijn toch 2 kamers verhuurd aan 'nieuwe' huurders. 7.2. Deelnemers Alle inwonenden, op één na, zijn tussen de 24 en 28 jaar oud. Acht mensen werken, één is laatstejaarsstudent en één studeert nog. Opvallend is dat de meesten werken in de non-profit sector (3 van hen hebben een diploma maatschappelijk assistent). Een van hen is zelfstandige. Geconfronteerd met het feit dat uit enquêtes blijkt dat de meeste bewoners van woongroepen behoren tot wat men 'intellectueel links' noemt, geven allen toe zich ook zo te kunnen situeren. 7.3. Verwachtingen voorafgaand aan het gemeenschapswonen Voor iedereen was de keuze voor een woongroep duidelijk een alternatief voor een 'gewoon' kot. Daarbij speelden vooral 'gezelschap hebben', 'iets anders proberen', een betere prijs/kwaliteit verhouding en het niet hebben van een kotbaas een rol. Sommigen vonden het positief dat ze meer verantwoordelijkheid konden opnemen dan in een normaal studentenhuis. 7.4. De praktijk De deelnemers formuleerden als verschillen tussen 'kot' en gemeenschapshuis
de volgende zaken: - meer rekening houden met anderen 7.5. Praktische regelingen en gezamenlijke activiteiten Bij de start was overeengekomen dat iedereen zijn steentje zou bijdragen
in het huishouden. Al snel bleek dat niet alle stenen even zwaar waren
en het werk steeds door dezelfden werd gedaan. Men heeft dan een beurtrol
voor het schoonmaken ingevoerd, wat erop neerkomt dat iedereen om de twee
weken één ruimte moet schoonmaken. Er is zelfs een tijd
een systeem met boetes geweest voor mensen die hun werk lieten liggen.
Nu alles vlot gaat is dat systeem afgeschaft. Sommigen dachten dat ze
meer huishoudelijk werk zouden moeten verrichten als ze alleen of per
twee zouden wonen, anderen vonden juist dat je in dat geval minder snel
iets vuilmaakt. 7.6. Gemeenschappelijk gebruik en bezit Een wasmachine, een stereo, een fornuis, een stofzuiger en een koffiezetapparaat
waren door (een groot deel van) de groep samen aangekocht. Verder werden
2 ijskasten, een televisie, een video en meubilair in de gemeenschappelijke
ruimten samen gebruikt. 7.7. Toekomst Vijf mensen zijn op zoek naar een ander huis. Nu men werkt en zich dus
iets meer kan veroorloven wil men een comfortabeler huis met o.a. grotere
gemeenschappelijke ruimten. Bovendien hebben ze als niet-studenten geen
behoefte meer aan grote kamers en beweren ze vooral in de gemeenschappelijke
kamers te vertoeven. 7.8. Besluit De groep is iets groter dan de gemiddelde woongroep die 5 à 6
leden telt, maar leeftijd, collectiveringsgraad, maatschappelijk-ideologische
oriëntering van de deelnemers en de genoemde doelstellingen sluiten
opmerkelijk goed aan bij het beeld van de 'doorsnee' woongroep zoals die
in de literatuur (op basis van enquêtes) naar voren komt. |
|
©
1999-2002 Roland Kums
|