|
Tussen individualiteit & collectiviteit Leven in woongroep of centraal wonen-project |
|
Eindconclusie
|
|
De industrialisering en de secularisering van onze maatschappij, het ontstaan en nadien de crisis van de verzorgingsstaat en de emancipatie van de vrouw zijn factoren die er mee voor gezorgd hebben dat het gezin een aantal van zijn vroegere functies verloren heeft. De democratisering van het onderwijs en het alsmaar toenemen van de levensverwachting zorgen bovendien voor twee nieuwe levensfasen, respectievelijk die van een verlengde adolescentie of jongvolwassenheid en die van de weduwen of weduwnaars op latere leeftijd. Steeds minder mensen doorlopen een klassieke gezinscyclus en steeds meer mensen experimenteren met een aantal alternatieve woon- en/of leefvormen. Woongroepen en Centraal Wonen zijn twee van dergelijke alternatieven waarbij men in een groep woont en een deel van de huishouding gemeenschappelijk beheert. Mensen kiezen voor de woongroep omdat ze gezelligheid, verbondenheid en persoonlijkheid verwachten. Toch heeft het individu in de woongroep een even centrale plaats als de gemeenschap zelf. Woongroepsleden stellen eisen aan de verbondenheid. Men heeft steeds de vrijheid om uit de groep te stappen als de kwaliteit van de relaties niet meer als zinvol wordt ervaren of wanneer er te veel spanningen zijn. Bovendien is er steeds respect voor ieders privé-ruimte. Hierdoor bevindt de woongroep zich midden in het spanningsveld tussen individualiteit en collectiviteit. Het is een experiment die de twee tracht te verbinden. Hierin schuilt voor mij persoonlijk de aantrekkelijkheid van het groepsgewijze wonen. In de woongroep is het gemakkelijker om eens een diepzinniger en intiemer gesprek te voeren; voortdurend word je er geconfronteerd met verschillende waarden, opvattingen, verschillende levensstijlen en levensvisies; er zijn minder vanzelfsprekendheden waardoor je af en toe gedwongen wordt om eens te reflecteren op je eigen gedrag. Kortom, het wonen in groep biedt de bewoner tegelijk een spiegel en een venster. Toch moeten we oppassen om de woongroep voor te stelling als de oplossing voor alle kwalen. Sommigen herkennen in de woongroep dé oplossing voor het herstellen van gemeenschapszin en solidariteit en het tegengaan van de voortschrijdende individualisering. Maar zoals Koen Raes aantoont mogen we niet enkel een persoonlijke moraal voorstaan, enkel solidair zijn met de mensen die we (her)kennen. Een woongroep mag geen 'wij-groep' worden die zich afsluit van de buitenwereld en enkel onderling solidair is. Dit neemt niet weg dat de woongroep volgens mij een aantal intrinsieke kwaliteiten heeft. Ze heeft het vermogen om een aantal waarden te realiseren en te beschermen. Wonen in groep is een oefening in verantwoordelijkheid, respect, steun, verdraagzaamheid en open communicatie. Volgens mij maar misschien ben ik te idealistisch kan je deze waarden pas uitdragen naar anderen als je ze eerst zelf hebt kunnen ervaren. Ik heb zeker nog niet alles verteld over dit onderwerp. Ik heb nog niets gezegd over juridische regelingen bijvoorbeeld, of over de mogelijke opvangfunctie van woongroepen. Iedere socioloog die zich geroepen voelt wil ik aansporen om Belgisch onderzoek te verrichten naar deze woonvormen. Ook een landelijke vereniging om (beginnende) groepen te ondersteunen en begeleiden laat voorlopig nog op zich wachten... NB Op 22/11/00 werd de vzw Samenhuizen gesticht nadat o.a. Elcker-Ik Leuven en A'penhuys besloten hadden dat zo'n vereniging dringend nodig was! |
|
©
1999-2002 Roland Kums
|