Tussen individualiteit & collectiviteit
Leven in woongroep of centraal wonen-project
INLEIDING

In 1993 stapte ik een maand lang mee met een 'traveling community' in Canada. Deze zeer heterogene groep bestond uit mensen tussen 18 en 67 jaar uit verschillende continenten. Onderweg hielpen we andere gemeenschappen in ruil voor onderdak of voedsel. Voor mij was het een onvergetelijke en enorm verrijkende ervaring. Misschien was het mede hierdoor dat ik twee jaar later naar Denemarken vertrok om er te gaan studeren en wonen in een groep van 40 jonge mensen uit 14 verschillende landen. De fascinatie voor groepsprocessen, interculturele en interpersoonlijke uitwisselingen is sindsdien altijd gebleven en deed mij steeds opnieuw in groepen belanden. Het zijn ongetwijfeld deze persoonlijke ervaringen en fascinatie die mee aan de basis liggen van dit eindwerk.

Toen ik mijn opzoekwerk begon bleek dat er opvallend weinig - bijna geen - Belgisch onderzoek is gedaan naar het fenomeen woongroepen. Nochtans wou J. Van Ussel, een van de eersten die publiceerde over het onderwerp, zijn onderzoek aanvankelijk in België starten. Door gebrek aan belangstelling is hij naar Nederland verhuisd. Die belangstelling ontbreekt in België blijkbaar nog steeds. Dit eindwerk is bijgevolg voornamelijk gebaseerd op de Nederlandse en Amerikaanse literatuur over dit onderwerp. Om het geheel aan te kunnen vullen met enkele Belgische gegevens heb ik een aantal mensen uit een woongroep geïnterviewd en navraag gedaan naar het vóórkomen van deze woonvorm.
In het dagelijks taalgebruik horen we vaak termen als 'woongemeenschap, gemeenschapshuis, leefgemeenschap en commune'. In de Nederlandse literatuur gebruikt men steeds de term 'woongroep' voor het groepsgewijs samenwonen (of is het toch 'leven'?). In het Engels heeft men het nog altijd voornamelijk over 'commune' en maakt men dus amper onderscheid tussen de vroegere communes en de hedendaagse woongroep (sporadisch 'living group' genoemd), terwijl men in het Amerikaans wel de term 'shared housing' of meer bepaald 'group shared residence' gebruikt.
In Denemarken startte men vanaf het begin van de jaren '70 met 'bofællesskaber' ('samen leven') terwijl op dat moment ook in Nederland de eerste Centraal Wonen-projecten gepland werden. De Amerikanen moesten wachten tot 1988, toen twee architecten hun woonervaringen in Denemarken te boek stelden en de term 'Cohousing' in de V.S. introduceerden.

Ik denk dat ik er in geslaagd ben om van dit eindwerk een overzichtelijk geheel te maken. In een eerste deel heb ik een kader geschetst dat het ontstaan van nieuwe woonvormen gedurende de laatste decennia tracht te verklaren. Eerst wordt de evolutie van het gezin als primaire referentiegroep behandeld. Vervolgens komen een aantal belangrijke veranderingen en demografische ontwikkelingen in onze moderne maatschappij aan bod. Tot slot worden woongroepen gesitueerd in een breder historisch perspectief, als deel van de communautaire traditie.

Het tweede deel is geschreven naar aanleiding van het gesprek dat ik had met een aantal mensen van een Leuvense woongroep. Ik denk dat het een goed beeld geeft van hoe een hedendaagse woongroep er kan uitzien, en hoe een aantal praktische zaken geregeld kunnen worden.

Het derde deel bevat een synthese van de twee voorgaande delen. Wat is nu een woongroep en welke definities kunnen worden gebruikt? Welk soort mensen kiest voor deze woonvorm? Hoe frequent komt ze in België voor?

Vervolgens ga ik in deel IV wat dieper in op een aantal aspecten die nauw verbonden zijn met het wonen in groep. Hoe zit het met de taakverdeling? Welke zaken worden gecollectiveerd en welke niet? Hoe gebeurt de opvoeding van kinderen in een woongroep? Op welke manier worden beslissingen in groep genomen? Kan de woongroep een aantal maatschappelijke problemen, zoals de toenemende individualisering, helpen oplossen?

De didactische verwerking vind je in deel V. Ik heb gekozen voor één algemene les over het kind in het gezin en twee lessen die thema's behandelen die in dit eindwerk aan bod zijn gekomen, nl. 'privacy' en 'regels en besluitvorming'.


© 1999-2002 Roland Kums