Tussen individualiteit & collectiviteit
Leven in woongroep of centraal wonen-project
Deel 1: Theoretische omkadering

 

2. Het begrip 'gezin' in onze hedendaagse westerse cultuur

Sommigen definiëren het gezin als de basiseenheid van verwantschap, gedragen door een heteroseksuele huwelijksrelatie, bestaande uit vader, moeder en kinderen. Anderen gebruiken het begrip gezin in een veel ruimere betekenis en passen het ook toe op tal van varianten van primaire leefgemeenschappen: eenoudergezinnen, nieuw-samengestelde gezinnen, ongehuwd samenwonenden (al dan niet met kinderen), Lat-relaties, adoptiegezinnen, kinderloze gezinnen, eenpersoonsgezinnen, homoseksuele relatievormen.
Dikwijls noemt men ook woongroepen - in mindere mate ook Centraal Wonen-projecten - in het rijtje van nieuwe, 'alternatieve' leefvormen. Dit is onjuist. Mensen in woongroepen beschouwen zichzelf nog steeds naargelang hun situatie alleenstaand of samenwonend. Aan de basis van deze verwarring ligt het door elkaar halen van de begrippen 'huishouden' en 'huishouding' omdat beiden in het traditionele gezin samenvallen.

Huishoudens worden gezien als sociaal-economische eenheden van personen die samen een woning betrekken. Dit is de primaire groep waarin mensen samenleven en gezamenlijk in hun onderhoud en verzorging voorzien. Zij kunnen bestaan uit een enkele persoon, uit een (echt)paar met of zonder kinderen, uit verscheidene gezinnen, soms van opeenvolgende generaties, uit personen die noch een intieme relatie noch een verwantschapsband hebben (Deboosere, 1993; Presvelou, 1980).
Huishoudens kunnen verder opgedeeld worden naargelang het gaat om particuliere huishoudens dan wel collectieve huishoudens (kloostergemeenschappen, rusthuizen, penitentiaire instellingen).

Gezien de toenemende variatie in gezinsvormen en de complexe relaties die tussen gezin en huishouden kunnen voorkomen, bestaat meer en meer de neiging om alle boven beschreven vormen van gezinnen en huishoudens onder te brengen onder het begrip gezin in de ruime betekenis van het woord. Het begrip gezin omvat dan alle samenlevingsvormen die een herkenbare sociale eenheid op microniveau vormen. Aldus begrepen zijn gezinnen netwerken van al dan niet verwante personen die duurzame en affectieve banden hebben en elkaar onderling steun en verzorging verlenen.

De bevrediging van de menselijke behoeften vindt voor een belangrijk deel plaats binnen het huishouden. In 1954 heeft Maslov een behoeftehiërarchie van laag tot hoog gepostuleerd. Aan deze behoeften werden door Kesler (1991: 336) tien huishoudensfuncties gekoppeld. Ik geef ze in volgend schema weer.

Behoeften hiërarchie Van Maslov
huishoudensfuncties
algemeen
specifiek
materieel:
 
1 fysiologisch a fysiek-verzorgend
b economisch
 
2 veiligheid c beschermend  
immaterieel:
 
3 liefde d affectief
e recreatief
h seksueel
i procreatief
4 waardering f statustoekennend j opvoedkundig
5 zelfrealisatie g zelfontplooiing  

Tabel 2 Indeling van de behoeften naar huishoudensfuncties

backoverzichtforward

© 1999-2002 Roland Kums