Tussen individualiteit & collectiviteit
Leven in woongroep of centraal wonen-project
Deel 1: Theoretische omkadering

 

3. Recente veranderingen in onze maatschappij

Tot ongeveer in het midden van de jaren zestig was voor de meeste mensen het in 1.4. geschetste beeld het vanzelfsprekende stramien voor hun eigen leven. Maar op dit moment is de situatie drastisch gewijzigd. Niet alleen zijn opvattingen en waarden veranderd, ook wordt geschat dat niet meer dan ruim de helft van de jongeren die nu nog thuis wonen een complete gezinscyclus zullen doorlopen (Van Leeuwen, 1980). Jongeren wonen gedurende veel langere periodes dan vroeger alleen. Ongehuwd samenwonen met een partner is een gewoon verschijnsel geworden, ook wanneer er geen vooruitzicht op een huwelijk bestaat. Sommigen geven de voorkeur aan het met meerdere mensen delen van een huis en/of bepaalde voorzieningen. Veel koppels blijven bewust kinderloos. Echtscheiding en de daaruit voortvloeiende eenoudergezinnen zijn wijdverbreide fenomenen geworden. (Alleenwonenden en eenoudergezinnen maken samen meer dan 40% uit van de volwassen Belgische bevolking.) Veel mensen doorlopen meerdere leef- en relatievormen. Veel vrouwen werken buitenshuis; het besef dat vrouwen daar evenveel recht op hebben als mannen is gegroeid. Samenvattend lijkt er vergeleken bij het begin van de jaren zestig meer pluriformiteit en meer erkenning van individuele voorkeuren aanwezig. Bovendien is er een geringere voorspelbaarheid van het individuele leefpatroon en is het tevens minder stabiel. Al is er niet altijd sprake van een bewuste keuze, andere leefvormen dan het traditionele gezinstype hebben een duidelijke plaats in onze samenleving verworven.

Er is nog een tendens te ontwaren in de gezinscyclus van de moderne mens, nl. het ontstaan van twee nieuwe levensfasen. Door de democratisering van het onderwijs kunnen meer jongeren hogere studies aanvatten. Ook wordt er niet meer zo vaak op jonge leeftijd getrouwd. In feite verlengt dit de periode van de jongvolwassenheid en ontstaat er een eerste nieuwe levensfase waarin men vaak niet meer bij de ouders inwoont maar ook nog geen gezin sticht. Tijdens deze levensfase wordt er volop geëxperimenteerd met andere leefvormen, o.a. ook met het wonen in een woongroep.
Door de alsmaar toenemende levensverwachting gebeurt het vaker dat (vooral vrouwelijke) partners hun partner overleven. Zo ontstaat een tweede nieuwe levensfase, die van de alleenstaanden op oudere leeftijd.

backoverzichtforward

© 1999-2002 Roland Kums