Blogs

Probeer zo te voorkomen dat de gemeente jou en je huisgenoten als één gezin ziet

In samenhuizenkringen is het een gekend probleem: huisdelers domiciliëren zich op hetzelfde adres en vervolgens worden zij door hun gemeente automatisch beschouwd als één gezin. Dit kan weer allerlei nadelige gevolgen hebben voor o.a. sociale uitkeringen. Maar hoe kan je proberen dit te vermijden? We overlopen drie mogelijkheden.

Dankzij een goed geïnformeerde Samenhuizen Academy-deelnemer kwam Samenhuizen vzw te weten dat er nog een andere manier is om te vermijden dat de gemeente waar je woont je huisgenoten en jou aanziet als één gezin. Wanneer je je domiciliëert op een adres waar al iemand ingeschreven staat, val je nu quasi automatisch in de categorie I.T. 141. Dat wil zeggen “lid van het gezin”. Als je bij je inschrijving specifiek vraagt om in de categorie I.T. 140 gezet te worden in plaats van I.T. 141, dan wordt je beschouwd als “refertepersoon van het gezin”.

De gemeente zal misschien wel vragen om bewijs dat jij en je huisgenoten weliswaar op hetzelfde adres wonen, maar toch autonome huishoudens vormen. Dat kan vrij gemakkelijk wanneer er meerdere toegangen en brievenbussen zijn. Op deze website vind je meer achtergrondinfo. Als je kunt aantonen dat je huisgenoten en jij apart boodschappen inkopen of aparte contracten voor energie of internet hebben, kan dat helpen. 

Vergelijkbaar is de mogelijkheid om je in te schrijven bij de gemeente onder code 20. Deze code was aanvankelijk bedoeld voor ‘gemeenschappen’ (o.a. kloostergemeenschappen en militaire instellingen) en tehuizen. Wanneer je onder deze code valt, is iedereen zijn eigen refertepersoon. 

Een andere optie is het aanvragen van een subnummering (a, b, c, etc.). Een welwillende gemeente zal hierin meegaan en mensen die duidelijk niet samenwonen een subnummering toestaan. Wanneer de woning is opgedeeld in verschillende wooneenheden, is dit zelfs je goed recht om een subnummering aan te vragen; de federale overheid heeft de gemeentes zelfs opgelegd dit te doen. 

Het probleem van de gemeente die samenhuizers ziet als samenwonenden stelt zich vooral bij huisdelers en niet bij cohousing. Cohousers hebben immers elk hun eigen wooneenheid en wonen dus op verschillende adressen. De tips die hierboven staan geven geen garantie, we horen bij Samenhuizen helaas af en toe dat gemeentes niet erg meewerken. Ben je een huisdeler en heb je (andere) ervaringen met domiciliëring met code I.T. 140 of code 20 bij de gemeente? Laat ons iets weten

Domiciliëring bij de gemeente en het ontvangen van een uitkering als alleenstaande zijn twee zaken die los van elkaar staan. In deze blog vind je meer over huisdelen & sociale uitkeringen als alleenstaande

Maak plaats voor de eco-quartier

Strasbourg bleek een plezante verrassing vandaag. Naast de befaamde vakwerkhuizen vind je er namelijk ook een eco-quartier en verschillende gemeenschappelijke woonprojecten. Maar ook hier ligt hier het gentrificatiemonster op de loer en worstelen lokale bewoners met hoge grond- en huizenprijzen.

We streken als eerste neer bij Eco-Logis. Een gemotiveerde groep stapte naar de stad Strasbourg om te zien of deze een grond ter beschikking wilde stellen, maar dit werd afgewezen. Vele jaren later en vele hobbels verder, kwam het project er toch. Op dit moment wonen elf gezinnen van in totaal 25 mensen samen in het project. 

Samenhuizenreis 2018 dag 2

Beste vrienden beginnen co-woonproject

Ze delen een gemeenschappelijke ruimte, gastenkamer, fietsenhok, wasruimte, berging en tuin. Het leerproces dat ze samen doorliepen was uniek en besloten ze vast te leggen om andere groepen te helpen. De “guide pratique pour l’autopromotion” is hiervan het eindresultaat. 

Ook Melting Pôtes is het eindresultaat van een groep vrienden die goesting hadden om hun schouders onder een gezamenlijk bouwproject te zetten. Ze contrueerden samen een appartementencomplex met zeven woningen en een grote gedeelde tuin. Er wonen meerdere gezinnen met kinderen en ook senioren. 

Gentrificatiemonster

Voor beide projecten valt het op dat de bewonersgroep weliswaar divers is qua leeftijden, maar dat er verder weinig diversiteit is. De bewoners zijn vrijwel allemaal bemiddelde, hoogopgeleide Fransen. Ergens verbaast dit niet, want alle bewoners zijn eigenaar van hun woning en ze betaalden er minstens 350.000 euro voor. 

Strasbourg is een stad waar veel hoge ambtenaren en eurocraten wonen. Anderzijds heeft de stad ook een relatief grote minder bedeelde populatie. In Strasbourg is de grond duur geworden en zal de waarde van de grond wellicht nog toenemen in het gebied rond de projecten: het gevaar voor gentrificatie ligt op de loer. 

Vraag naar betaalbaar wonen steeds groter

De Fransman Jacques Friggit deed onderzoek naar het verschil tussen de gemiddelde huizenprijzen en het gemiddelde inkomen van de mensen, de curve van Friggit genaamd. Ook in Frankrijk neemt dit verschil toe, met als gevolg dat betaalbaar wonen steeds moeilijker wordt.

Het laatste project dat we bezoeken – Ecoterra – was hierin een uitzondering: de bewoners zijn sociale huurders. De site van Ecoterra ligt aan de rand van de stad in een nieuw te ontwikkelen gebied. De bewoners kenden elkaar aanvankelijk niet, maar leerden elkaar kennen door de klusdagen. Of deze formule ook werkt, is wat moeilijk te zeggen aangezien we slechts één bewoner hebben gesproken. 

 

Freiburg maakt de verwachtingen waar

Veel hadden we er al over gehoord, de Duitse stad Freiburg. Het zou een soort Mekka zijn voor stedenbouwkundigen en architecten met een interesse in alles wat met ecologie te maken heeft. Samenhuizen ging er op bezoek bij verschillende cohousings en andere samenhuisprojecten.

Als we ‘s avonds de stad doorkruisen op weg naar de jeugdherberg, voelen we het al: met deze stad is iets bijzonders aan de hand. Alles lijkt er te kloppen op het eerste gezicht. Weinig auto’s, zelfs op de ring kan het verkeer vlot doorrijden rond spitsuurtijd. Er zijn ook overal fietspaden! Elders in Duitsland is dat wel anders. 

Freiburg pionier in eco

Freiburg is qua inwoneraantal ongeveer even groot als Gent, maar daar houden de gelijkenissen tussen de twee steden ook op. Freiburg zet al geruime tijd in op duurzaamheid. Toen in 1991 de laatste Franse soldaten vertrokken uit de legerbasis in de stad (ze waren er sinds 1945 gelegerd), kwam er een grote wijk vrij. De stad besloot er een ecowijk te bouwen: Vauban. 

Samenhuizenreis 2018 dag 3

De bouw startte eind de jaren ‘90, in 2001 betrokken de eerste 2.000 bewoners hun nieuwe woningen. De woningen waren allemaal lage-energiewoningen en zelfs enkele passiefhuizen – waarmee Freiburg voorop liep. Vauban heeft ook een goed doordacht mobiliteitsplan, waarbij op enkele hoofdwegen na de meeste straten autoluw of zelfs autovrij zijn. De projecten die wij gaan bezoeken liggen naast elkaar, ook in Vauban: Vaubanaise en WoGe Sonnenhof. 

WoGe Sonnenhof is een interessant project omdat het in feite drie woonprojecten zijn die één site delen. Er is een groep woningen voor mensen met dementie, een groep woningen die eigendom zijn van het Miethäuser Syndikat (een typisch Duitse wooncoöperatie) en een aantal woningen die privé-eigendom zijn. Ze delen een prachtige binnentuin en een polyvalente ruimte met keuken. 

Solidaire buren

Bij een woonproject waar ook mensen met dementie wonen, verwacht je veel deuren met sloten en hekken. Niets is minder waar: in Sonnenhof zijn alle mensen vrij, dus ook de mensen met dementie. Dat een demente bewoner wegloopt, gebeurt maar zelden. 

De bewoners van Sonnenhof krijgen korting op hun woonkosten als ze minstens twintig uur vrijwilligerswerk doen voor de mensen met dementie. Velen doen dit en sowieso is er veel burenhulp onderling. In de huizen van het Miethäuser Syndikat wonen relatief veel eenoudergezinnen, die elkaar ook regelmatig onderling helpen. 

Duitsland = het land van de wooncoöperaties

Vaubanaise valt bij aankomst meteen op vanwege zijn bijzonder kleurrijke gevel. Het grote project (80 bewoners!) is net als Sonnenhof opgedeeld in verschillende woonprojecten. Er zijn een aantal woongroepen voor mensen met en zonder beperkingen en daarnaast zijn er nog volledig autonome appartementen. 

Wij kregen in Vaubanaise de indruk dat het gemeenschappelijk leven er op een lager pitje staat dan in Sonnenhof. Wat bijzonder is aan Vaubanaise is de juridische structuur en de manier waarop het project gefinancierd is. Alle bewoners zijn namelijk coöperanten. Zij hebben bij intrek 30.000€ aan aandelen in de coöperatie gekocht en betalen daarnaast nog maandelijks een huur van 9,8€ per vierkante meter (dat is lager dan de marktprijs in Freiburg). Zo werd het woonproject voor de helft bekostigd middels hypotheken, de andere helft kwam van de verkoop van aandelen aan zowel de bewoners als externen. 

Verfrissend “open riool”

Tijdens de vrije namiddag gaan we op ontdekkingstocht in het centrum van Freiburg. De stad werd zwaar gebombardeerd tijdens de tweede wereldoorlog, maar nu is dat buiten een herdenkingsmonument hier en daar nauwelijks meer te zien. De gebouwen in het centrum zijn in middeleeuwse stijl gerestaureerd en alles is er zeer netjes: geen rondslingerend vuil te bekennen. 

De grootste verrassing zijn de gootjes met stromend water. Zeg maar een soort “open riolen”, maar dan met proper water die doorheen vrijwel alle straten stromen en zorgen voor een verfrissend en levendig effect. Jonge kinderen maken er dankbaar gebruik van door kleine zeilbootjes aan touwtjes te laten meevoeren door het water. Het is opnieuw een voorbeeld van hoe kleine aanpassingen de stad leefbaarder en aangenamer maken voor iedereen, jong en oud. 

Individualiteit in gemeenschap

De reis vertrok al vroeg vanuit Antwerpen Berchem. Met een groep van vijftig samenhuizen-enthousiastelingen begeven ons richting Keulen, een van de grootste steden in Duitsland en de thuis van vele Duitse samenhuisprojecten. Het eerste project dat we aandoen is ‘Beginenhof’, gelegen in een buitenwijk van de stad. 

Samenhuizenreis 2018 dag 1

De bewoners zijn 27 personen tussen de 57 en 80 jaar en zijn allemaal vrouwen. Een bewoonster vertelt: “De meeste vrouwen hier zijn in een levensfase beland waarin hun kinderen de deur uit zijn en hun professionele carrière ten einde loopt. Dat wil niet zeggen dat de vrouwen niet actief zijn; in tegendeel. De vrouwen zijn erg sociaal betrokken en actief in het project en in de buurt – zoals de Begijnen dat vroeger ook waren.” Het project is open voor de buurt en organiseert verschillende activiteiten, zoals lessen Duits, flamencoles, foto-exposities en vluchtelingencafé. 

Open voor alle religies en levensfilosofieën

Het Beginenhof heeft weinig met de katholieke kerk te maken. De bewoonsters zijn soms wel katholiek of christelijk, maar evengoed wonen er ook boeddhisten en atheïsten in de groep. Het project heeft een aangename ‘Stille Raum’, een ruimte waar mensen zich kunnen terugtrekken om zich te richten op spiritualiteit. 

De begijnen waren van oorsprong een vrouwenorde. Eén van de meest prangende vragen vanuit het publiek was dan ook: “Wat als één van de bewoonsters de liefde van haar leven tegen komt en wil samenwonen?” Wel in het geval dat dit een man is, dan zal de bewoonster elders moeten gaan wonen. Ook al heeft Beginenhof niets met Rome te maken – mannen zijn er niet welkom als bewoners. 

Vrienden bouwen samen aan hun droom

Volgend project op de lijst is Sülzer Freunde, in de voorstad Sülz – eveneens in Keulen. Keulen is de bakermat van de baugruppen, een juridische vorm vergelijkbaar met de burgerlijke maatschap waarbij groepen samen een project bouwen op een site die door de stad of gemeente wordt aangereikt. Sülzer Freunde is zo’n baugruppe, maar met een sterke gemeenschappelijke component. De bewoners delen de tuin en een common house voor buurtactiviteiten. 

De groep werd opgestart door een groep architecten: “We zijn toen op zoek gegaan in onze vrienden- en kennissenkring naar mensen die ook graag in Sülz wilden bouwen en achter de ideeën van gemeenschappelijk wonen staan”. Uiteindelijk bouwden ze een prachtig passiefbouwproject met zestien woningen. 

Nieuwe woonvormen: een alternatief voor iedereen

Dit artikel is een recensie van het boek Wonen in de 21ste eeuw (Acco, 2017) van Peter Camp.

Wie bedenkt zo'n titel? Uiteraard, niemand minder dan Peter Camp*! Nu het lijvige boek (584 pagina's) in tweede druk is gegaan, is er geen ontkomen meer aan; aanschaffen en lezen! Zoals ik in de aanbevelingen - op vraag van Peter schreef - is dit een uniek tijdsdocument over wonen in al zijn varianten, waarbij niet de stenen, maar de mensen (individu, groep en interactie) centraal staan. Doorheen het boek komen er veel voorbeelden aan bod, waarbij telkens het uitgangspunt toegelicht wordt met bijzondere aandacht voor de mens.

Het boek hoort niet thuis op de salontafel, maar aan de leestafel. Uitgangspunt is het 500 jaar oude boek van Thomas More - “Utopia”. Camp weet het te vertalen in een eenvoudig schema (pagina 23) waarin de rode draad van zijn boek vervat zit. Hij heeft de term WEtopia bedacht, waarin de mens centraal staat. Volkomen terecht trouwens, wat zal blijken na al die pagina's. Er zijn vier varianten: YOUtopia waarbij de nadruk ligt op nabuurschap, OURtopia met aandacht voor de (ruimere) buurt, ECOtopia dat streeft naar een betere wereld, en tenslotte MEtopia met bijzondere aandacht voor zorg. Stuk voor stuk relevante uitgangspunten die Camp aan de hand van meer dan tweehonderdvijftig voorbeeldprojecten illustreert. Elk project dat in het boek opgenomen is, wordt zorgvuldig gekaderd en in de vaak summiere toelichtingen komen de kernzaken aan bod. In het boek van Peter Camp zal je bijzonder weinig plannen vinden, maar in duidelijke taal lees je de menselijke interventies die het project maakten. Dat op zich is uniek, want te vaak krijgen we mooie plaatjes (prenten) voorgeschoteld die ons afleiden van de essentie. Wonen in de 20ste eeuw was helaas te vaak het terrein van politici, architecten, ingenieurs en stedenbouwkundigen. Wonen in de 21ste eeuw is het resultaat van de individuele bijdrage aan iets gemeenschappelijks, iets wat je deelt met anderen. Bovendien, zo stelt Camp, geeft het meer voldoening.

Mensen in verbinding brengen centraal 

Maar wat nog indrukwekkender is, is dat Camp je meeneemt in een bijna oneindige reis langs ideeën, theorieën en praktijken, die stuk voor stuk passen in het grotere verhaal. Onder meer het feit dat de nieuwe woonvormen geen manier van wonen zijn voor alternatieve mensen, maar een alternatief is voor gewone mensen. Gaandeweg, hoofdstuk na hoofdstuk, illustreren de voorbeelden in welke mate ze een antwoord bedachten voor een nood. Steevast zijn het kleine intenties, goede voornemens en het inspelen op verzuchtingen van individuen of kleine groepen. Keer op keer blijkt het antwoord eenvoudig te zijn, niet simpel. Peter Camp is er met zijn boek in geslaagd om de lezer bij de les te houden en hem of haar mee te nemen langsheen een reeks projecten die elk op hun manier het verschil weten te maken. Of zoals hij het weet te verwoorden: het informele wonen is het wonen van stadsmakers, van maatschappelijk betrokken en ondernemende burgers die samen met anderen activiteiten organiseren om de leefbaarheid te vergroten. Ik citeer hem graag een laatste keer (uit zijn conclusie): "Verbondenheid is het sleutelwoord. Je verbinden met anderen, delen, wederkerigheid, hulp ontvangen. In een nabuurnetwerk, (ver)bouwgroep, woongemeenschap of zorgcollectief. Dat is minder moeilijk dan het lijkt."

Inderdaad, alle aangehaalde projecten (die bijzonder goed uitgezocht zijn) illustreren het grotere verhaal. Zowel de Nederlandse als de Belgische (Vlaamse, Brusselse en Waalse) voorbeelden versterken elkaar en bevestigen dat de zoektocht universeel is. Indien we er in slagen om de mens centraal te plaatsen, komen we er zeker. Peter Camp weet 584 pagina's lang de lezer te bekoren. Het boek is trouwens heel helder geschreven, zonder enig jargon, en stilistisch hoogstaand.

Zoektocht naar andere woonvormen is universeel

Er is helaas nog een hele weg af te leggen, want Wonen in de 21ste eeuw maakt geen gewag van de geïsoleerde/vereenzaamde bewoner in een (saai) appartementsgebouw of de verkavelingsterreur en andere ruimtelijke fiasco's die de gemiddelde Vlaming aanricht. Dat was uiteraard nooit de opzet van dit boek en daar zijn meer dan goede redenen voor.  

In het tweede hoofdstuk gaat Peter Camp helemaal overstag voor de deeleconomie. Op zich past het perfect in de opbouw van zijn boek, maar helaas dekt de term de lading niet meer. De grote voorbeelden (Uber, Air BnB enz) mochten achterwege blijven, want ondertussen weten we dat winsten niet gedeeld worden en de arbeidsvoorwaarden ondermaats zijn. Dit is wellicht te wijten aan de tijdsgeest, want toen Peter Camp het voorbereidend onderzoek deed voor zijn boek, waren we nog in volle euforie. De ontnuchterende feiten en wantoestanden zijn ons pas later ter ore gekomen. Maar nogmaals, net omdat het boek van Peter Camp een heus tijdsdocument is, mag het zulke bewegingen benoemen. Trouwens, een kritische bedenking lees je al aan het einde van dit hoofdstuk.

Auteur: Luc Lampaert**

* Peter Camp is organisatiesocioloog en ontwikkelaar van de matrix-methode (een handleiding voor veranderingen in organisaties). Los van zijn actieve bijdragen in het professionele leven, is Camp sinds enige tijd geboeid door het aspect wonen. Hij heeft zelf een aantal projecten gerealiseerd en zit nooit stil. Nauwgezet en gedreven heeft hij zijn boek geschreven, enerzijds door dagelijks op zoek te gaan naar inspiratie en projecten, anderzijds door een onuitputtelijke werkijver aan de dag te leggen en zijn analytische gave in te zetten om het allemaal in een bevattelijk model te gieten.

** Luc Lampaert is medewerker alternatieve woonvormen bij het Kenniscentrum Welzijn, Wonen, Zorg in Brussel en lid van de Algemene Vergadering van Samenhuizen VZW. Sinds 2012 verdiept hij zich in het thema gemeenschappelijk wonen en volgt alle projecten op in het gewest. Met het Kenniscentrum WWZ realiseerde hij o.a. het Project Samenhuizen Cellebroerstraat op de Sint-Jorisite in Brussel, zetelde in de stuurgroep van het project Casa Viva (eveneens in Brussel) en adviseert initiatiefnemers, begeleiders en groepen. Lampaert is tevens voorzitter van het bestuur van de Vereniging van Mede-eigenaars Dixmude, waar hij samen met de andere bestuurders in slaagde om van een bekvechtende mede-eigendom naar een beheer in consensus te evolueren. Lampaert is mede-auteur van het onderzoek “10 woonvormen om over na te denken” (Kenniscentrum, 2012) en het Cahier over het Project Samenhuizen (2017). Op dit ogenblik werkt hij aan een nieuw cahier over het project Casa Viva en initieert hij projecten voor thuislozen, sociaal kwetsbaren en ouderen in Brussel.   

 

Pagina's

Subscribe to RSS-blogs