Huisdelen en de ziekte- en invaliditeitsuitkering

Een vraag die we heel vaak krijgen gaat over huisdelen en de ziekte- en invaliditeitsuitkering. Sommige ziekenfondsen baseren zich enkel op het rijksregister om iemand als feitelijk samenwonend te beschouwen, waardoor de uitkering lager is. 

Er zijn voor het RIZIV 3 verschillende situaties:

  • U bent een gerechtigde met gezinslast
  • U bent een alleenstaande gerechtigde (of daarmee gelijkgesteld)
  • U bent een samenwonende gerechtigde

Je bent in principe enkel alleenstaande als je alleen woont of samenwoont met iemand die geen enkele vorm van inkomen heeft. 

MAAR

Naar aanleiding van 2 arresten van het Hof van Cassatie in 2017 en 2018 heeft het RIZIV in een omzendbrief verduidelijkt wat 'een gemeenschappelijke huishouding voeren' is (en wat niet).

Vanaf pagina 8 lezen we:

Om te bepalen of er sprake is van een gemeenschappelijke huishouding zal de verzekeringsinstelling dus moeten nagaan of de uitkeringsgerechtigde al dan niet als economisch en financieel onafhankelijk kan worden beschouwd van zijn medebewoners. Het bewijs hiervan dient te worden geleverd door de uitkeringsgerechtigde. Dit betekent dat in zoverre een arbeidsongeschikt erkend gerechtigde die:

    • volgens de gegevens van het Rijksregister of in feite samenleeft met andere personen,
    • kan aantonen dat hij/zij geen daadwerkelijke gemeenschappelijke huishouding voert met de medebewoners, maar dat het een cohousing betreft met economische en financiele onafhankelijkheid (hij/zij staat in voor zijn eigen levensonderhoud)
    • kan beschouwd worden als alleenwonend (zelfs al zijn er gemeenschappelijke voorzieningen zoals een badkamer, toilet of keuken)
    • en bijgevolg door het ziekenfonds mag worden vergoed als een alleenstaande gerechtigde.

Dit kan bijvoorbeeld blijken uit het feit dat de uitkeringsgerechtigde over een of meerdere aparte kamers beschikt en zelf instaat voor de aankoop van zijn eigen voedingswaren, kledij, wasproducten, of uit het gebruik van een persoonlijk vervoersmiddel, enz. Zoals ook door het Hof van Cassatie wordt aangehaald in de hogergeciteerde arresten van 9.10.2017 en 22.01.2018 betreft het een feitelijke beoordeling. Deze beoordeling dient door de verzekeringsinstellingen geval per geval te gebeuren, in functie van de concrete casus die hen wordt voorgelegd.

Indicatoren die de verzekeringsinstellingen kunnen in aanmerking nemen bij deze feitelijke beoordeling en die hen kunnen toelaten de uitkeringsgerechtigde die onder hetzelfde dak woont met andere personen, toch te beschouwen als een alleenstaande gerechtigde:

    • het beschikken over een eigen huurcontract, op basis waarvan maandelijks een vast bedrag aan huur wordt betaald;
    • het ingaan op verschillende tijdstippen van de huurcontracten van de medebewoners;
    • het financieel ten laste nemen van de eigen nutsvoorzieningen, zoals elektriciteit, gas, water, internet, ...; ! Als hetzou gaan om een gemeenschappelijke facturatie van de kosten, dient het in elk geval duidelijk te zijn dat de verzekerde zelf zijn persoonlijk aandeel ten laste neemt (persoonlijke bijdrage in de gemeenschappelijke kosten);
    • het beschikken over een eigen toegang tot de woning, over een eigen deurbel, over een eigen brievenbus;
    • het beschikken over aparte kamers die kunnen afgesloten worden; de mogelijkheid om voor zichzelf een maaltijd te bereiden bv. eigen kookplaat, (microgolf)oven en voorraadkast ter beschikking;
    • de mogelijkheid om gebruik te maken van individuele sanitaire voorzieningen (eigen lavabo, bad, WC);
    • de persoonlijke aankoop van voedingsmiddelen en andere benodigdheden voor het huishouden - er is m.a.w. geen gemeenschappelijk budget voor aankopen van benodigdheden voor het huishouden);
    • het zelf instaan voor persoonlijke hygiene (persoonlijke aankoop van kledij, wasproducten, toiletpapier );
    • het zelf instaan voor het onderhoud van de persoonlijke ruimtes (persoonlijke aankoop van onderhoudsproducten, zoals bv. vloerzeep, dweilen, vodden,...);
    • het persoonlijk afsluiten van een TV- internet-, of GSM-abonnement; het zelf instaan voor de medische verzorging, bv. medicatie, medische raadplegingen,...,;
    • het persoonlijk afsluiten van een verzekering voor de eigen inboedel;
    • het gebruik van een eigen transportmiddel om zich te verplaatsen.

Uiteraard hoef je niet aan te voldoen aan al deze indicatoren. Het is van belang om aan te tonen dat de bewoners weliswaar bepaalde kosten delen, maar dat je financieel niet solidair bent en dat je je persoonlijke uitgaven zelf beheert. We raden elke woongroep aan om te werken met een aparte huisrekening voor de gezamenlijke kosten en private rekeningen voor de eigen uitgaven. Zo kan altijd gemakkelijk worden aangetoond wat gezamenlijk wordt betaald en wat privé.

In de omzendbrief worden verder ook nog specifieke bewijsstukken opgesomd die in aanmerking kunnen worden genomen:

Bewijsstukken die in aanmerking kunnen worden genomen voor het weerhouden van een (van de gegevens van het Rijksregister) afwijkende situatie

    • Een kopie van de huurovereenkomst waaruit blijkt dat de arbeidsongeschikt erkend gerechtigde afzonderlijke kamers/ruimtes huurt in de woning van de verhuurder, aangevuld met rekeninguittreksels waaruit een regelmatige betaling van de huur blijkt.
    • Ook documenten die aantonen dat de betrokkene zelf instaat voor zijn/haar kosten van levensonderhoud kunnen in aanmerking worden genomen, zoals bijvoorbeeld - facturen of rekeningafschriften in verband met de betaling van het verbruik van elektriciteit, water, verwarming, internet, ...;
    • individuele verzekeringsovereenkomsten, zoals bv. een brandverzekering of een verzekering persoonlijke ongevallen;
    • een individueel trein- of busabonnement.
    • Een interne afsprakennota met de medebewoners waaruit blijkt dat er geen sprake is van een gemeenschappelijk huishouden.
    • In sommige gevallen kan ook een verklaring van de wijkagent worden gevraagd die attesteert dat de personen, ook al wonen ze op hetzelfde adres, geen gemeenschappelijk huishouden vormen.

Het is duidelijk: de mutualiteiten moeten zich baseren op de feitelijke toestand en mogen niet enkel het rijksregister gebruiken om te oordelen over je gezinssamenstelling. In de meeste woongroepen delen de bewoners de woonlasten (huur, elektriciteit, gas, water en eventueel nog een internetabonnement) en staat iedereen verder in voor zijn of haar persoonlijke uitgaven. We hopen dat je hiermee voldoende geïnformeerd bent om het het gesprek met je mutualiteit hierrond aan te gaan.

Wil je een succes- of horrorverhaal over huisdelen en de ziekteuitkering delen? Stuur het dan naar info@samenhuizen.be !