Onder één dak ?

Om van een woongemeenschap te kunnen spreken moet je bewoners hebben, afkomstig uit verschillende gezinnen, die vrijwillig in mindere of meerdere mate van betrokkenheid samenleven, met de bedoeling om een sociale meerwaarde te geven aan dit samenwonen.

In tegenstelling tot cohousingprojecten, waarbij verschillende units zich op één terrein verenigen, hebben we het bij "onder één dak" over gemeenschapshuizen, woongroepen en leefgemeenschappen. Een woordje uitleg:

Een gemeenschapshuis dat gedeeld wordt door studenten of jong-werkenden. Privé hebben ze meestal een slaapkamer, de rest van het huis wordt gemeenschappelijk gebruikt. Een gemeenschapshuis heeft veelal een tijdelijk karakter en komt dan ook meestal voor in studentensteden. 

Een woongroep lijkt op een gemeenschaphuis, hoewel er soms meer privé-ruimte is. Het is meestal duurzamer dan een gemeenschapshuis omwille van de inwoners die al wat ouder zijn, zelfs tot senioren. Komt vooral voor in en rond steden.

Een leefgemeenschap tenslotte kenmerkt zich door een duurzamer karakter en een grotere mate van gemeenschappelijkheid, zo wordt het huishouden voor het grootste deel gemeenschappelijk georganiseerd. Er is meestal een zekere ideologische factor die de bewones bindt: religie, ecologie, solidariteit, ... Doordat er meer activiteiten gezamenlijk georganiseerd worden is er ook meer overleg tussen de bewoners.